Voorstel herinrichting Dam verschijnt in nieuw boek

In 2016 wijdde de Amsterdamse dagblad Het Parool een reeks artikelen over de Dam, of “Damplein” zoals gidsen het noemen, met de vraag of het niet tijd was voor een herontwerp. Oorspronkelijk gebouwd als een aarden dam in de Amstel om een kruising over de rivier te maken en het water af te sluizen naar de nieuwe wallen, de Dam is altijd de navel en naamgever van de stad geweest. Maar was de huidige vorm niet al te willekeurig? Werd het niet tijd voor een herontwerp? Veel mensen hebben zijn huidige toestand vurig verdedigd. Het was immers een product van vele historisch interessante wendingen. Maar ook behoorlijk wat amateur gehannes van regenten en ondernemers. Anderen dachten dat te veel van het “ontwerp” werd overgelaten aan het toeval, of erger nog, veronachtzaming. Todd van Hulzen gooide zijn hoed in de ring en stuurde een voorstel in. Nu, een paar jaar later, heeft de historicus en schrijver Fred Feddes (1000 jaar Amsterdam, ruimtelijk geschiedenis van een wonderbaarlijke stad) een boek geschreven over de Dam. Hij heeft de ontwerptekening van Todd opgenomen in de illustraties.

Wat onderscheidend is in dit voorstel is de plaatsing van het Nationaal Monument —voor de oningewijde: een circulair getrapte verhoging bekroond door een travertijnen obelisk en achterwand— in het middelpunt van de Dam, in tegenstelling tot de huidige locatie aan het schaduwrijke eind van het plein. Hiermee worden twee doelen bereikt. Het richt twee afzonderlijke pleinen op: één groots en plechtig, de ander groen en gezellig.

Ten tweede plaatst dit voorstel de obelisk op de kruising van twee gezichtsassen, die van het Damrak en van het Rokin. Wat je hier bereikt is precies wat grote stedenbouwkundigen hebben gedaan door de eeuwen heen: het plaatsen van een oriëntatiepunt —een landmark— als een duidelijke bestemming vanuit een ver vertrekpunt (bijvoorbeeld het Washington Monument, de Place de la Concorde). In dit geval wordt het Nationaal Monument, dat ook de Umbilicus Urbis van heel Nederland genoemd zou kunnen worden, niet langer uit de weg geschoven ten behoeve van de auto, maar krijgt zijn rechtmatige plaats op het centrale plein van de hoofdstad, en is zichtbaar helemaal vanaf zowel het Centraal Station als het Spui. Het westelijk deel van de Dam wordt een ruimte met duidelijke bestemmingen, afgetekend door een driehoek van nationale bakens: de Nieuwe Kerk, het Koninklijk Paleis en het Nationaal Monument. Het plein dat overblijft aan de oostkant, dat we weer “Vijgendam” zouden kunnen noemen, heeft nu de ruimte om de nationale woonkamer te worden, met mogelijkheden om rustig te verblijven of eventueel op een terras te zitten in de schaduw van bomen.

Ik stel een laatste interventie voor. Het monument, dat een verering verdient dat een nationaal altaar betaamd, lijdt dagelijks aan de ontaarding van toeristen die erop zitten, klimmen, of nog erger. Ceremoniële kransen die hier worden gelegd zijn kwetsbaar voor ongevallen of kattekwaad. Ik stel voor het plaatsen —of eerder het graven— van een beschermende barrière rondom het monument in de vorm van een smalle geul. Dit is zowel een gracht als een fontein, praktisch en decoratief. Het is als Dantes bel fiumicello die het kasteel van de Deugdzame Ouden beschermt. Het is de symbolische rivier van Nederland die het heilige areaal afbakent. Misschien stroomt er water uit de bronnen onder elk van de provinciewapens op de ronde muur. Bij de Dodenherdenking wordt er een bruggetje overheen gelegd voor de plechtigheden. Het is vooral een psychologische barrière.

Klik om te vergroten

Ganzenbord, voor LHBT-vluchtelingen